Wrote letter of 1713-02-28 (AB 298 SB III) to Jan Meerman

Date: 
February 28, 1713
Standard reference information
Cole's number: 
193
AB/CL number: 
298
AB/CL volume: 
17

Leeuwenhoek's inhoudsopgave, summary of the contents, for Send-Brieven III. My translation and emphasis.

Hoe kleyn de vleesfibertjens zyn. Vliesen in de Garst en Tarwe. Opmerkingen op een Turks Boontje. Meelagtige stoffe van zoo een Boontje in vliezen opgeslooten. Het vliesje van een Tarwetje beschouwd. De Meelbolletjes van een Tarwe niet even groot. Aan merkingen op de Garst, de Rogge, op de Erten, enz. De Kastanjen bestaan ook uyt vliesjes. Vordere opmerkingen op de Kastanje. Bemerkingen op Appelen en Peeren. Dezelve zyn zaadhuysen. Bolletjes in het zaadje van een Appel. Vaten in de zaaden waarom weynig of selden gezien worden.

Bemerking op de Coco-noot. Waar uyt de vogt ontslaat die in de Cocos-noot gevonden word. Oly, in groote menigte, uyt de Cocos-noot gedrukt. Oogen of zagte deelen in de Schors van een Cocos-noot. De Pit van een Cocos-noot bestaat uyt lange pypjes of vliesjes. Klapvliesjes in de gemelde Noot: waar toe dezelve noodsakelyk zyn? De binnenstoffe van de zaaden bestaat doorgaans uyt vliesen en bolletjes: eenige zaaden egter uytgezondert.

Opmerkingen op de Oranje- en Citroen-appelen. Waarom onse Appelen dunner vliesen en schillen hebben. Vliesen in Aalbezien en Kruysbezien. De meeste zaaden der Planten en der Boomen worden door een streng gevoedt. Opmerkingen op de streng waar door de Pit van een Appel gevoedt word. Alles dat in een-Appelboom is, dat is ook in de Pit of het zaad van den Appel. Vordere opmerkingen op de Pit van een Appel. Het kleyne Plantje van een Appelboom in lengte doorsneden. Vaatjes in dat Plantje beslooten.

De Boomen van onze Landen hebben meer horizontaale als opgaande vaten. Anders is 't waarschynlyk gelegen met de Boomen in Africa, Asia, en America. Aanmerking op de Bladsgewyse deelen van de jonge Planten: wanneer dezelve haar werk volbragt hebben.

Hoe de Bladsgewyse deeltjes met de Plant vereenigt zyn. Hoe de Vaten vereenigt zyn met de Plant.

How small small muscle fibers are. Sheaths in barley and wheat. Remarks on a Turkish bean. Mealy material of such a bean closed up in sheaths. The little sheath of a bit of wheat considered. The meal globules of a wheat grain not so large. Comments on barley, rye, on the pea, etc. The chestnut also consists of little sheaths. Further remarks on the chestnut. Notes on apples and pears. The same have seed casings. Globules in the little seed of an apple. Why vessels in the seeds are rarely or seldom seen.

Notes on the coconut. Where the liquid discharge that was found in the coconut comes from. Oil, in large quantities, pressed out of the coconut. Eyes or soft parts in the rind of a coconut. The pit of a coconut consists of long little tubes or sheaths. The valve sheaths in the mentioned nut: for what are they necessary? The inner material of the seeds generally consists of sheaths and globules: a few seeds however excepted.

Remarks on oranges and lemons. Why our fruits have thinner skins and peels. Skins in currants and gooseberries. Most seeds of plants and trees are nourished through a string. Remarks on the string through which the pit of an apple is nourished. Everything that is in an apple trees is also in the pit or the seed of an apple. Further remarks on the pit of an apple. The small plant of an apple tree cut lengthwise. Little vessels ending in that plant.

The trees of our lands have more horizontal than vertical vessels. Elsewhere it is probably different with the trees in Africa, Asia, and America. Comments on the leaflike parts of the young plants: when they have completed the same work.

How the leaflike parts are joined with the plant. How the vessels are joined with the plant.


Related images: