Wrote letter of 1714-08-21 (AB 307 SB XI) to Members of the Royal Society

Date: 
August 21, 1714
Standard reference information
Cole's number: 
201
AB/CL number: 
307
AB/CL volume: 
17

Leeuwenhoek's inhoudsopgave, summary of the contents, for Send-Brieven XI. My translation and emphasis.

Een stukje vleesch van een achtjarige koe voor het vergroot-glas gebragt, en onderzocht. De membraantjens, die haare deeltjens tusschen de vleeschstriemtjens uytspreyden, zouden veel grooter voorkoomen in een vette als in een magere Koe, om de vetdeelen die in de membranen gemaakt worden. Yder vleeschfibertje bestaat weder uyt kleynder deelen. De vleeschdeelen in het droogen dunder geworden: de grooter membranen in kleyner membraantjes verdeelt. Vleeschfibertjens in haare lengte van het ander vleeschgescheyden, en dus voor het Vergroot-glas gebragt.

Een stukje van de borst van een Hoen door het Vergroot-glas beschouwd. Daar is geen noemens-waardig onderscheyd tusschen de dikte van het Runtvleesch, en de dikte van Hoendervleesch.

Vleeschfibertjens van een Muys onderzocht. De membraantjens, waar in yder vleeschfibertje van een Muys als opgeslooten leit, duidelyk gezien. Het vleesch, dat uyt de Poot van een wilde Honingby gehalt was, door het Vergroot-glas onderzocht. Nette ringswyze inkrimpingen in de vleeschfibertjens van zoo een wilde Bye ontdekt. Als die ringswyze inkrimpingen gezien worden, is 't een teken dat de musculen in rust leggen. Maar als de musculs zich beweegen, dan gaan de ringswyze inkrimpingen in de vleeschfibertjens te niet.

De Vliegen, die haare Eyeren op het vlesch leggen, door den Schryver onderzocht. Als zodanige Eyeren 's ochtends op het vleesch geleit worden, koomen daar 's avonts al wormen uyt. Verwonderends-waerdige deelen in de lichaamen van zulke Vliegen ontdekt. Het vleesch uyt de Pooten van zodanige Vliegen beschouwd. De vleeschfibertjens van zoo een Poot hebben ook diergetlyke ringswyze inkrimpingen. In de Poot van zoo eene Vlieg maar twee trekkers ontdekt. In een andere ontledinge van zoo eene Poot drie trekkers gezien. De trekkers doorgaans met vleeschfibertjens bezet, en met dezelve vereenigt. Hoe veele vleeschstriemtjens dat zoo een vleeschfibertje uytmaaken is niet natespeuren. Een trekker, daar het vleesch afgescheurt was, door het Vergroot-glas onderzocht. Verwondering over het maakzel van zoo een Poot.

Bloetader uyt de Poot van een wilde Honigby afgetekent. Kringsgewys maakzel van zoo een bloetader. Pooten van de Vliegen in haare lengte doorsneden. Bevonden dat de vleeschibertjens van zulke Pooten van binnen zyn vereenigt aan de hoornachtige schors der Pooten. De Auteur heeft in zoo eene Poot maar eenen trekker gezien, maar zekerlyk zyn 'er meer trekkers in als een. De harde schors, of de hoornachtige huyt van de Vliegen-pooten, verstrekt den Vliegen voor been.

Het vleesch uyt de Pooten der Vloojen gehaalt en onderzocht: maar het lag al te zeer door malkander verward, om afgetekent te konnen worden. Het vleesch uyt de borst van een Vlooy voor 't Vergroot-glas gebragt. De fibertjens van dat vleesch ook voorzien met ringswyze deeltes. De vleeschfibertjens van de eerste Diertjens viermaal dikker als die van de Vlooy.

Aanmerkingen op het vleesch van een Mier. Deze vleeschfibertjens hebben ook hunne kringswyze inkrimpingen. De Schryver heeft in de Myt geen vleeschfibertjens konnen ontdekken: echter moeten zy daar zekerlyk in zyn. Het Ey uyt een Myt gehaalt: en het Eyernest in een Myt duydelyk gezien.

Walvisvlees door het Vergroot-glas onderzocht. De lange dunne deeltjes waar uyt de trekker van een Vlieg bestaat, en de lange dunne deelen van een trekker van een Walvis, zyn gelyk in dikte.

A bit of flesh from an eight-year-old cow brought before the magnifying glass, and examined. The little membranes, that spread out the little parts between the little fibers in the flesh, should appear to be much larger in a fat than in a thin cow, due to the fat parts that are made in the membrane. Each little flesh fiber consists again of smaller pieces. The flesh parts in the dry parts are thinner: the larger membrane is divided into smaller membranes. Flesh fibers lengthwise from the other separated piece of flesh, and brought thus before the magnifying glass.

A little piece of the breast of a hen considered through the magnifying glass. There is no distinction worth mentioning between the thickness of beef flesh and the thickness of hen flesh.

Flesh fibers of a mouse examined. The little membranes, that enclose each little flesh fibers of a mouse, plainly seen. The flesh, that was taken out of the leg of a wile honeybee, examined through the magnifying glass. Neat circular shrinkings [?]discovered in the flesh fibers of such a wild bee. If the circular shrinkings are seen, it is an indication that the muscles lie in rest. But if the muscles move, then the circular shrinkings are not in the flesh fibers.

The flies, that lay their eggs on flesh, examined by the writer. When such eggs are laid on flesh in the morning, worms come out in the evening. Wonderful parts discovered in the bodies of such flies. The flesh from the legs of such flies considered. The little flesh fibers of such a leg also have animal-like circular shrinkings. In the leg of such a flea only two pullers discovered. In another dissection of such a leg, pullers seen. The pullers filled throughout with little flesh fibers, and joined with these. How many little flesh fibers that such a flesh fiber is made of is not investigated. A puller, that was cut off from the flesh, examined through the magnifying glass. Amazement over the form of such a leg.

Blood vessel from the leg of a wild honeybee drawn. Circular form of such a blood vessel. Legs of flies cut lengthwise. Found that the little flesh fibers of such legs are joined within to the horny rind of the legs. The author has seen but one trekker in such a leg, but surely there are more trekkers than one. The hard rind or horny skin of the flea legs provided with the flea's foreleg.

Flesh taken from the legs of fleas and examined: but it lies already too tangled up in one another [?], in order that it can be drawn. The flesh from the breast of a flea brought in front of the magnifying glass. The little fibers of that flesh also supplied with circular parts. The little flesh fibers of the first animalcules four times thicker than that of the flea.

Comments on the flesh of an ant. These flesh fibers have also their circular shrunk parts[?]. The writer has not been able to discover any flesh fibers in the mite: however, they must surely be there. The eye taken from a mite: and the egg nest of a mite plainly seen.

Whale flesh examined through the magnifying glass. The long thin parts that the puller of a fly consists of, and the long thin parts of the puller of a whale, are alike in thickness.