Wrote letter of 1714-10-26 (AB 308 SB XII) to Members of the Royal Society

Date: 
October 26, 1714
Standard reference information
Cole's number: 
202
AB/CL number: 
308
AB/CL volume: 
17

Leeuwenhoek's inhoudsopgave, summary of the contents, for Send-Brieven XII. My translation and emphasis.

Drie soorten van Muggen. Muggen zonder angels. Muggen met angels, en hun maakzel. Grooter soort van Muggen, die ook angels hebben. Het vleesch uyt de Pooten van de leste soort onderzocht. Yder vleeschfibertje ook met ringswyze inkrimpingen voorzien.

Opmerkingen op een goude Torre gedaan. De vleeschfibertjens van een goude Torre schynen niet omwonden te zyn met membraantjes; maar yder vleeschfibertje schynt met een byzonder rokje bekleedt te zyn. Of de fibertjens van zoo een Poot van binnen aan het harde hoornachtige deel van de Poot gehecht zyn. Doorensgewys puntige deelen, op de Pooten van een goude Torre staande. De membraanen, van binnen tegen het hoornachtige deel van de Poot aanleggende, onderzocht: hoe dik die membraanen op een leggen? Die membraantjens beschreven.

Een Vlieg onderzocht: het hoornachtige deel van de Poot, en het membraantje dat het hoornachtige deel bekleede, scheenen te besteen uyt rondachtige bolletjes. Musculs in de Pooten van een Vlieg ontdekt.

Zeldzeeme ondervindingen omtrent een vliegend Schepzel, Spek-eeter genoemd. Gedurrige inkrimpingen en uytrekkingen in de vleeschfibertjes van de gemelde Spek-eeter. Dezelve ondervinding in verscheyde zoo genaamde Spek-eeters waargenomen. De inkrimpingen en uytrekkingen wierden niet waargenomen in de vleesfibertjes van Vliegen.

Nieuwe opmerkingen omtrent de wilde Honigby. De wilde Honigby laat haare angels in de lichaamen niet steeken, gelyk de tamme Byen. De voorgemelde beweging, of uytrekking en inkrimping, ook in de vleeschfibertjes van de wilde Honigby gezocht: maar schier te vergeefs. Veele vleschstriemtjes leggen schuyns in de Pooten der vliegende Schepzelen. In de vleeschdeelen van een Mugge-poot geene beweging ontdekt.

Waarneemingen omtrent het vleesch van een zeer vette Koe. Waarom de gemelde bewegingen der vleeschfibertjes meer gezien worden in kleyne Schepzelen, gelyk Vliegen, dan in groote Schepzelen; namelyk om dat in de kleyne beesjes yder vleeschfibertje met een membraantje is omvangen, en dus voor een muscul kan verstrekken; het welke zoo niet gelegen is in de viervoetige Dieren.

Vordere opmerkingen op de vleeschfibertjes van de gemelde Koe. De ringsqyze inkrimpingen van de vleeschfibertjes bestaan niet uyt eene circulaire rondte. Hoe dezelve van maakzel zyn.

Men zal bevinden dat de inkrimpingen, die de Trekkers van een Walvis hebben, ook omwentelenderwyze of schroefgewys geschieden. Het zelve ook bevonden in den Trekker, die uyt het achterbeen van een Hoornbeest was genomen. Die Trekker koomt over een met den Trekker van een Walvis. Het zelve bevonden in de Trekkers van een Hoen en van een Muys.

Three types of gnats. Gnats without hooks. Gnats with hooks, and their form. Larger type of gnats, that also have hooks. The flesh from the legs of the last type examined. Every flesh fiber also provided with circular ridges.

Remarks made on the rose beetle. The fleshfibers of the rose beetle do not appear to be wrapped with little membranes; but each flesh fiber appears to be covered with a special little skirt. Whether the fibers of such a leg are attached from within to the hard horny part of the leg. Thorn-like pointy parts stand on the legs of a rose beetle. The membranes examined, arranged from within against the horny part of the leg: how thickly these membranes lie on one? The membranes described.

A fly examined: the horny part of the leg, and the little membrane that covers the horny part, appear to be composed of round globules. Muscles discovered in the legs of the fly.

Strange experiences concerning a flying creature, named the Spek-eeter [lit., pork-eater]. Continual relaxing and stretching in the flesh fibers of the mentioned Spek-eeter. The same experiences observed in various so-called Spek-eeters. The relaxing and stretching were not observed in the flesh fibers of flies.

New remarks concerning the wild honey bee. The wild honey bee does not let its hooks stick in the body, as does the tame bee. The previously mentioned movement, of stretching and relaxing, also examined in the flesh fibers of the wild honey bee: but in vain. Many little strands of flesh lie obliquely in the legs of flying creatures. In the flesh parts of a gnat leg no movement discovered.

Observations concerning the flesh of a very fat cow. Why the mentioned movement of flesh fibers is seen more in small creatures, like flies, than in large creatures; namely because in the small bees each flesh fiber is wrapped with a membrane, and thus can provide for the muscle, which is not like that in four-footed animals.

Further remarks on the flesch fibers of the mentioned cow. The circular ridges of the flesh fibers are not composed of cicles. How the same are shaped.

It will be found that the ridges, that the pullers [tendons; Dutch "Trekkers"] of the whale have, also occur spirally or screw-like. The same also found in the puller, that was taken from the back leg of a horned beast. The puller comes to the same thing as the puller of a whale. The same found in the pullers of the hen and the mouse.