Wrote letter of 1714-11-20 (AB 311 SB XV) to Members of the Royal Society

Date: 
November 20, 1714
Standard reference information
Cole's number: 
205
AB/CL number: 
311
AB/CL volume: 
17

Leeuwenhoek's inhoudsopgave, summary of the contents, for Send-Brieven XV. My translation and emphasis.

Het is altyd niet waar dat de vleesdeelen in een kleyn Diertje in dunte toeneemen en eyndigen aan den Trekker. In tegendeel zyn de meeste vleschfibertjes, zoo dik als ze zyn, vereenigt met de Trekkers, Vliezen, en Bloet-vaten.

De achterste Pooten van een Muys onderzocht. In eenige deelen van de Poot, waar aan men met het bloote oog geene vleeschdeelen konde bekennen, twaalf Trekkers ontdekt. Die Trekkers aan weerszyde bezet met vleeschfibertjens, die ook zeer ordentlyk geschikt lagen. Beschryving van die ordentlyke schikkinge der vleeschfibertjes. Het geweld, 't welke by voorb. aan de bovenste der gemelde Trekkers word aangedaan; dat word ook aangedaan aan de ses onderste: en hoedanig?

De Trekkers uyt de achtervoet van een Muys zyn dunder dan een hair van ons hooft. Zy hadden evenwel hunne omwentelende inkrimpingen. De vleeschfibertjes, aan die Trekkers vast, zyn aan de andere kant ook gehecht aan ander Trekkers. Gedagten van den Auteur over het vasthechten van de bovenste Trekkers aan andere kleyndere Trekkers. De muscul van een Muuys in 't midden doorsneeden, om de eynden van den grooten Trekkers te ontdekken. By die gelegenheit een groote Membraan doorsneden, uyt dewelke veele membraantjes voortquamen. De Trekkers en de vleeschfibertjes gelyk geformeert.

De vleeschfibertjes zyn in een zekeren zin ook Trekkers. Waar dat de Trekkers hun eynde hebben. De groote vleesch-muscul vergeleken by de stam van eenen Boom, die zich in verscheyde takken uytspreydt: maar daar de takken hun eynde hebben, hebben de vleeschfibertjes in tegendeel geen eynde. Hoe dat de Trekker van een kan scheyden zonder scheuritage.

Vleesch uyt de groote muscul van 't achterbeen van een Muys voor het Vergroot-glas gebragt. Daar in twee Trekkers ontdekt, die niet dikker waren als een hair van ons hoofd. In zoo eenen Trekker verscheyde omwentelende inkrimpingen bespeurt: dezelve Trekkers voorzien met schuyns nederdaalende vleeschfibertjes. Aan zoo eenen Trekker word geen geweld aangedaan, of de andere lydt dat geweld ook; gelyk ook alle de Trekkers en Vleeschfibertjes, die uyt een grooter Trekker voortkoomen. Alle de Vleeschfibertjes en Trekkers van een muscul worden gelyk bewogen.

Verwonderens-waardige volmaaktheit van 't zamenstel der Musculen, Trekkers, Vleeschfibertjes, enz. De Vleeschfibertjes schynen aan geen endere Trekkers vereenigt, als aan de tegen overstaande Trekkers. Hoe moeyelyk het is het gemelde 't zamenstel der Trekkers en Vleeschfibertjes te vertoonen. Twee, ja drie Vleeschfibertjes, vereenigen zich somwylen in een ander Vleeschfibertje. Al het geweld, dat aan de Trekkers word aangedaan, word ook aangedaan aan de Vleescvhfibertjes. Hoe een Trekker evenwel veel grooter geweld lydt als een Vleeschfibertje. Aanwyzing van 't zamenstel der Trekkers en Vleeschfibertjes.

Voerdere aanwyzing hoedanig dat door het beweegen van den eenen Trekker ook de andere Trekkers, met de Vleeschfiertjes, bewogen worden. Waarom in den afgebeelden Trekker geene omwendelende inkrimpingen bespeurt worden. Men kan de eynden van de Trekkers beter vervolgen in kleyne vleesch-musculen. De Trekkers zyn rontom met vleeschfibertjes bezet.

Korter musculs in een Muys nagespeurt. Vleeschfibertjes uyt andere vleeschfibertjes voortkoomende. Aangewezen hoe uyt een Trekker een Sprank, en uyt die Sprank vleeschfibertjes, en uyt deze wederom Spranken voortkoomen. Het vlees van een Bonsem onderzocht.

It is not always true that the fleshy parts in a small animal increase in thickness and end in a puller [tendon; Dutch "Trekker"]. On the contrary most flesh fibers, as thick as they are, are joined with pullers, sheaths, and blood vessels.

The back legs of a mouse examined. Twelve pullers discovered in some parts of the leg, where one can not recognize fleshy parts with the naked eye. The pullers have flesh fibers on the back side, that also lay in an orderly arrangement. Description of the orderly arrangement of the flesh fibers. The force, which, for example, was applied to the topmost part of the mentioned pullers; was also applied to the six on the undermost side: and how?

The pullers from the back foot of a mouse are thinner than a hair from our head. They have nevertheless their spiral ridges. The flesh fibers, fixed to the pullers, are on the other side also attached to other pullers. Thoughts of the author about the firm attachment of the topmost pullers to other smaller pullers. The muscle of a mouse cut through the middle, in order to examine the ends of the largest pullers. On that occasion a large membrane cut through, from which many little membranes originate. The pullers and the flesh fibers similarly formed.

The flesh fibers are in certain senses also pullers. Where the pullers have their end. The large flesh muscles compared to the trunk of a tree, that itself spreads out into various branches: but there the branches end, the flesh fibers having on the contrary no end. How a puller can be separated from another without splitting.

Flesh from the large muscle of the back leg of a mouse brought in front of the magnifying glass. Two pullers discovered there, that were not thicker than a hair from our head. In such a puller various spiral ridges traced: the same pullers provided with obliquely descending flesh fibers. To such a puller is no force done, without another bearing that force also; similarly, all the pullers and flesh fibers that come out of a larger puller. All the flesh fibers and pullers of a muscle are moved similarly.

Amazing perfection of the structure of muscles, pullers, flesh fibers, etc. The flesh fibers appear joined to no other pullers, as to the pullers on the opposite side. How difficult it is to show the mentioned structure of the pullers and flesh fibers. Two, even three flesh fibers, sometimes join into another flesh fiber. All of the force, that is done in the pullers, is also done in the flesh fibers. How a puller nevertheless bears even greater force than a flesh fiber. Demonstration of the structure of pullers and flesh fibers.

Further indication how through the movement of a puller other pullers also are moved with the flesh fibers. Why in the pictured puller no spiraling ridges were traced. One can better follow the ends of the pullers in small flesh muscle. The pullers have flesh fibers on all sides.

Shorter muscles in a mouse investigated. Flesh fibers originate from other flesh fibers. Indication how a shoot comes from a puller, and from the shoot little flesh fibers, and from these again a shoot. The flesh of a Bonsem investigated.