Wrote letter of 1716-05-22 (AB 323 SB XXIV) to Cornelis Spiering

Date: 
May 22, 1716
Standard reference information
Cole's number: 
214
AB/CL number: 
323
AB/CL volume: 
17
Leeuwenhoek's summary

Leeuwenhoek's inhoudsopgave, summary of the contents, for Send-Brieven XXIV. My translation and emphasis.

Aanmerkingen op de schobben van eenen Karper. Alle jaaren groeit 'er een nieuwe schobbe aan de visch. Dit word zeer tegengesproken. De schobben op verscheyde manieren voor het Vergroot-glas gebragt.

Als men de schobbens, door het snyden, niet van een kan scheyden; dan men den ouderdom der vissen zeer naar weeten uyt de ommetrekken, die op de schobbens leggen.

Daar is een tyd in 't jaar, als de grootmaaking der lichaamen stil staat. Dit blykt uyt de krappen, die in de hoornen der koien getekent staan. Wy zien het ook in het verhairen van de dieren; en in het verwisselen der veeren in de vogelen. Bedenking waarom dat in een Vyver, waar in veele jaaren groote Karpers zyn geweest, geene jonge Karpers voorten koomen.

Groot getal van Kuyt-greynen in eene Lenge gevonden. Het zelve, naar proportie, op de Karpers toegepast. Tegen yder kuytgreyntje van eenen Kabeljauw komen wel duyzent levende diertjens voort uyt een Kabeljauws hom. Uyt de overvloedige kuytgreynen, en mannelyke zeeden, van de visschen, waar uyt weynige jongen voortkomen, schynt te blyken dat 'er visschen zyn die dezelve kuytgreynen tot voedzel gebruyken.

De Aalen verslinden veel kuyt van visschen. De groote visschen, Winden, zyn schadelyk in een Vyver. Groot getal van Kuyt-greynen in de Garnaat. De groote verslindende visschen hebben geen kuyt; maar draagen de jongen levend in haar lichaam. Bedenking of de zeer groote Walvisschen, die eerst gevangen wierden, niet wel 1000 jaaren out waren. De visschen sterven van geen ouderdom, en waarom?

Comments on the scales of a carp. Every year, new scales grow on the fish. This is thoroughly refuted. The scales brought before the magnifying glass in various ways.

If one can not separate the scales by cutting; then one knows the age of the fish very closely from the contours, that lie on the scales.

There is a time in the year, when the growth of the body stops. This appears also from carvings, that are drawn in cow horns. We see it also in the moult from animals; and in the exchange of feathers in birds. Considering why it is that in a pond, where in many years there have been large carp, no young carp come forth.

A great number of spawn grains found in a linge fish. The same, in proportion, applies to carp. From each spawn grain from a cod come thousands of living little animals from cod roe. From the abundant spawn-grains, and male seeds, of the fish come few young, seeming to show that fish are using the same spawn-grains as food.

Eels devour more spawn than fish. The great fishes are harmful in a pond. A great number of spawn grains in the gurnet. The large devouring fishes have no spawn; but carry the young living in her body. Considering whether the many large whales, that were first caught, were not more than 1,000 years old. The fish don't die of old age, and why?

Related images: