Wrote letter of 1716-11-17 (AB 329 SB XXX) to Gottfried Leibniz

Date: 
November 17, 1716
Standard reference information
Cole's number: 
220
AB/CL number: 
329
AB/CL volume: 
18
Leeuwenhoek's summary

Leeuwenhoek's inhoudsopgave, summary of the contents, for Send-Brieven XXX. My translation and emphasis.

Uyttreksel uit het schrift van de heer Pauli wederlegt. Men kan wel in de dieren onderzoeken of de ontfankenis geschiet door een Ey. Dat zal noit bevonden worden. De diertjens in het mannelyk zaad zyn levendig. De Auteur heeft dit menigmaal aan verscheydene Heeren getoont. Waar toe de menigte van die diertjens dienstig is.

De hom van eenen Kabeljauw stort in een jaar meer levendige diertjes uyt, als 'er menschen op den aardbodem leven. Het eytje van een Kabeljauw wyfje vermengt met het zeed van een Kabeljauw mannetje: wat daar opgevolgt is. De diertjes, in het mannelyk zaad van de Kabeljauw, syn niet grooter als die in het mannelyk zaad van de Spiering gevonden worden. De groote menigte van de diertjens toegepast op de menigvuldige zaaden der Boomen, die ook niet alle tot Boomen opwassen. Dit blykt nog klaarder in een Aalbesie Boom. Ook in de Aarbeyen.

De Heer Naboth, te Leipsich, beantwoordt. De wormtjes in 't mannelyk zaadd zyn geen doode maar levende diertjes. Dezelve zyn in de mannelke zaaden van een maakzel, en van dezelve groote. Echter is 'er eenig onderscheid aan de staart der wormtjes, dicht aan het lyf. Mannetjes en wyfjes in het zaad zyn onderscheyden. Loffelyke getuigenis door zeker geleerd Heer aan den schryver gegeven.

De Baarmoder, Tuba Fallopiana, de mondekens van de Tube Fallopiana, en het gewaande Eyer-nest worden aangewesen, om het gemeen gevoelen te wederleggen. De zoogenaamde Eyeren ook doorzocht. Noit heeft de Auteur gezien dat zoo een Eye zoo verre uyt het zoogenaamde Eyer-nest door de natuur gestoonten was, dat het ten halve buyten de sterke Membrane van het eyernest uytpuylde. Waar door sommige waarschynlyk bedrogen zyn geweest; en gemeent hebben een afgesogen Ey te zien.

Het is niet te begrypen hoe dat zoo een Ey in de Tuba, en door de Tube in de Baarmoeder, kan gevoert worden. De beweeginge in de Tuba, om iets in de Baarmoeder te voeren, is ook onbegrypelyk. Een ander gevoelen wederlegt; te weeten dat het diertje, 't welk in 't mannelyke zaad gevonden word, waarlyk het schepzel is van het dier; maar dat het aan of in een Ey word gesplaatst.

Antwoord op de vragt, waar toe het Eyer-nest gemaakt zoude zyn. De mannelyke dieren hebben ook wel deelen, die onnoodig schynen. Hoe lang dat de diertjes in de zaad-bal zouden konnen leeven.

Summary of the writing of Mr. Pauli refuted. One can examine in animals whether conception happens through an egg. That will never be found. The little animals in the male seed are living. The author has many times shown this to different gentlemen. What the use is for the multitude of little animals.

The milt of a cod pours out in one year more living little animals, than there are people living on the face of the earth. The little egg of a female cod mixed with the seed of a male cod: what follows next. The little animals, in the male seed of the cod, are not larger than those found in the male seed of the smelt. The large multitude of the little animals compares to the abundant seeds of the trees, that also do not all grow into full trees. This appears still more clearly in the currant tree. Also in the strawberry.

Mr. Naboth, from Leigzig, answered. The little worms in the male seed are not dead but living little animals. The same have a form in the male seeds, and of the same size. However, there are some differences in the tail of the little worms, close to the body. Male and female in the seed are distinguished. Honorable testimony by the certainly learned gentleman given to the writer.

The uterus, Fallopian tube, the little mouths of the Fallopian tube, and the imagined egg nest are indicated in order to refute the common opinions. The so-called eggs also investigated. Never has the author seen that such an egg was thrust so far out of the so-called egg nest by nature, that half protruded outside the strong membrane of the egg nest. Whereby some have probably been threatened; and have intended to see a sucked-off egg.

It is not understood how such an egg can be transported in the tube and though the tube in the uterus. The movement in the tube, in order to transport something in the uterus, is also not understood. And other opinions refuted; to know that the little animal which is found in the male seed, truly is the creature from the animal; but only is placed on or in an egg.

The answer to the question, why the egg nest would be made. The male animals also have parts, that appear unnecessary. How long the little animals would be able to live in the seed ball.

Leibniz died in Hanover, Germany, three days before Leeuwenhoek dated this letter in Delft.


Related images: