daughter Maria Thonis named to receive a bequest in the will of her Bisschop cousins

Date: 
April 29, 1708

daughter Maria Thonis named to receive a bequest in the will of her cousins Cornelis Cornelis (the younger) and Maria Cornelis Bisschop.

Their whose mother was Elisabeth de Meij, Maria Thonis's great-aunt.

Maria Cornelis Bisschop was buried November 8, 1708, in the Nieuwe Kerk, having died on Oude Langedijk, corner of Burgwal, six months after making this will. The house was owned by their father Cornelis Cornelis Bisschop.

Cornelis Cornelis was a coppersmith, at death noted as den ouden because he had a son of the same name. He lived behind the Rode Leeuw brewery, house name Sluijsje? Cornelis Cornelis was one of the witnesses in 1633 at the baptism of the second of the two sons named Jacobus of Elias de Meij and Maria Virlin.

Cornelis Cornelis (the younger) survived and must have passed his estate on to their brother Johannis. It was after Johannis' death in 1714 that Maria van Leeuwenhoek received the bequest.

Document: 

Jan de Bries, notary ONA inv. 2400D, fol. 242

first paragraph and paragraph mentioning Maria van Leeuwenhoek:

In den naeme van heeren Amen. Op huijden den negenentwintigsten april des Jaers seventienhondertagt compareerden voor mij Jan de Bries Nots. publ. bij den hove van Hollant geadmitteert binnen de stad delft residerende ter presentie van de ondergeschr. getuijgen Sr Cornelis Cornelisz Bisschop en Juffr. Maria Cornilis Bisschop, broeder en zuster, wonende binnen dese stadt en mij Nots. bekent, sijnde hij eerste compt. onpasselijk ende sij tweede compt. gesont naer den lichaeme, beijde eghter hare verstant wel magtigh ende gebruijckende, verclaeren sij Testateuren elck andeen en mitsdien de eerststervede de langstlevende van hun beijden genomineerd en geinstitueert te hebben en tot sijn off haer eenige en universele erfgenaem in alle goederen ...

Wijders verclaerden de langstlevende van hen comparanten bij desen mede te disponeren van sijn off haere naer te laten goederen: eerstelijk te legateren en te bespreecken aen haer neeff Jacobus Wannee den somme van vijffhondert gulden, aen haer night Jufftou Maria van Leeuwenhoeck gelijcke somme van vijff hondert gulden, aen haere noght Debora de Vinder, dochter van Pieter de Vinder, mede een somme van vijffhonderd gulden ende aen desselfs twee zuster Jannetge en Christijntje de vinder tesamen insgelijcx een somme van vijffhondert gulden. ...

Sources